Woord van de pastor

Verwachten

Verwachten is het sleutelwoord van de Advent. We kijken uit naar het feest van de geboorte. Wij verwachten de komst van Jezus in onze wereld. Maar verwachten is meer dan alleen de tijd tot het zover is uitzitten. Het is de dagen tellen. Het is een met lijf en ziel er naartoe leven. Het is je innerlijk en uiterlijk voorbereiden op wat komen gaat.

In de Bijbel is daarom het symbool van de verwachting een zwangere vrouw. Juist in haar is die dubbele betekenis van verwachten zichtbaar. Zij is betrokken in een proces dat zijn eigen gang heeft. Het kind in haar ontwikkelt zich en groeit toe naar het moment waarop het geboren wordt. Een vrouw kan niet veel meer doen dan wachten tot het zover is. Maar intussen is zij in verwachting. Met heel haar wezen leeft zij toe naar de geboorte. In haar leven moet zij plaats maken voor het kind dat komt. Letterlijk: in huis alles klaar maken, wieg, babyuitzet. Maar ook figuurlijk: het innerlijk voorbereiden op zorgen voor, omgaan met het kind dat straks aan haar is toevertrouwd. Een vrouw in de laatste maanden van haar zwangerschap krijgt daarom vaak een merkwaardige ingekeerdheid. Zij draagt een nieuwe werkelijkheid in zich.

Verwachten, het loopt als een rode draad door de Bijbel heen. De aartsvaders keken uit naar het land van de belofte. De Israëlieten trokken door de woestijn in de verwachting van het beloofde land. De profeten droomden van een aarde vol van gerechtigheid en vrede. Jezus predikte het koninkrijk Gods dat “niet hier is of daar, maar midden onder u.” Maar wij hebben het verwachten vaak over de rand van dit leven heen geduwd. Het is een uitkijken geworden naar wat na dit bestaan komen moet. Wij hebben de droom van de toekomst uit onze wereld weggeschoven. En dan gaat het over een hemel die we ooit, ergens zullen vinden, maar niet op deze plek en nooit in deze tijd. Ik denk: juist vanwege de machteloosheid. We hebben zo vaak gedacht het leven anders te kunnen maken – door anders met elkaar om te gaan, door open en liefdevol elkaar tegemoet te treden, door vertrouwen in de ander te hebben – en we zijn teleurgesteld. We hebben gehoopt dat de wereld anders zou worden – geen oorlog meer, geen armoede – maar die hoop is niet uitgekomen. Daarom hebben wij de verwachting losgekoppeld van de werkelijkheid waar we nu in leven. Toekomst van God, jazeker, daar geloven we in. Maar nauwelijks nog voor hier, in dit aardse bestaan.

Advent is verwachten, niet wachten. Wachten, dat is met de handen in de schoot zitten. Dat is zien wat er komen gaat. Dat is machteloosheid. Verwachten is de dagen tellen. Het is je voorbereiden, alles op orde brengen, zodat het klaar is, als de lang verwachte toekomst aanbreekt. Het is toeleven naar wat komen gaat, alvast vooruitgrijpen op. Kunnen wij dat nog, verwachten? Zo uitkijken naar de komst van de Messias, naar de nieuwe tijd die Hij brengt? Jazeker, als geloofsgemeenschap kunnen we dat. We zijn niet meer dan een kleine gemeente in een grote samenleving. We stellen als kerk niet zo veel voor in een wereld van grote belangen. We zijn eigenlijk niet veel meer dan die twee zwangere vrouwen uit het begin van het Lucasevangelie, Maria en Elisabet. Net als zij kunnen ook wij geladen zijn, gespannen, energiek, elektriserend. Door Messiaans te leven: met elkaar en voor elkaar. Door niet op te houden met bidden om gerechtigheid en vrede in de wereld. Zo bereiden wij ons voor. Zo stichten wij een sfeer van verwachting. Verspreiden wij de geest van hoop om ons heen. Want God heeft een nieuw begin gemaakt. Zijn toekomst is al gaande.

De toekomst is al gaande,

schept doorgang door de vloed,

dwars door het ongebaande

een pad dat voortgaan doet. (Lied 605: 2)

ds. Jet Lieftink-Buijs