Woord van de pastor

Corona in maart

Het virus sluipt mijn huis binnen via journaal, de krant, Op1, RIVM.

Aantallen, grafieken en meldingen buitelen over elkaar heen.   

In de kerk geven we elkaar na de dienst geen hand meer.

Kerkdiensten worden luister-en kijkvieringen en we gaan niet meer  op huisbezoek.  

De eerste uitvaartdienst in coronatijd.

Er is geen virus te bekennen, maar de maatregelen zijn er wel. Slechts 30 nabestaanden mogen bij het afscheid van hun dierbare zijn.  Behalve groot verdriet om het gemis moet de familie onder tranen selecteren: Wie kan er bij zijn, wie niet?

Corona in april

Het virus sluipt mijn leven binnen.  De cijfers krijgen een gezicht.  O, nee toch?

De doden komen uit het dorp waar ik woonde. Ik zie ze voor me: een  lieve trotse oma.. een trouwe echtgenoot…  Bewoners van het verzorgingshuis.. 

Het virus sluipt mijn leven binnen en ik krijg het niet meer weg.  Ik zie het voor me, het verdriet van de nabestaanden.  Wat kan ik doen, mijn God?

Dan lees ik het zondagochtendgebed van Etty Hillesum dat ze op 12 juni 1942 in haar dagboek  schrijft:

"Het zijn bange tijden, mijn God. Vannacht was het voor het eerst, dat ik met brandende ogen slapeloos in het donker lag en er vele beelden van menselijk lijden langs me trokken.

Ik zal je een ding beloven, God, een kleinigheidje maar: ik zal mijn zorgen om de toekomst niet als evenzovele zware gewichten aan de dag van heden hangen, maar dat kost een zekere oefening. Iedere dag heeft nu aan zichzelf genoeg.

Ik zal je helpen God, dat je het niet in mij begeeft, maar ik kan van tevoren nergens voor instaan. Maar dit éne wordt me steeds duidelijker: dat jij ons niet kunt helpen, maar dat wij jou moeten helpen en door dat laatste helpen wij onszelf.

En dit is het enige, wat we in deze tijd kunnen redden en ook het enige, waar het op aankomt: een stukje van jou in onszelf, God. En misschien kunnen we er ook aan meewerken jou op te graven in de geteisterde harten van anderen.

Ja, mijn God, aan de omstandigheden schijn jij niet al te veel te kunnen doen, ze horen nu eenmaal ook bij dit leven. Ik roep je er ook niet voor ter verantwoording, jij mag daar later ons voor ter verantwoording roepen. En haast met iedere hartslag wordt het me duidelijker: dat jij ons niet kunt helpen, maar dat wij jou moeten helpen en dat we de woning in ons, waar jij huist, tot het laatste toe moeten verdedigen."

Deze woorden troosten mij… 

We kunnen God en elkaar helpen  door - ondanks de fysieke afstand – dichtbij elkaar te blijven.

Elkaar liefhebben betekent:  verdriet, zorg en angst  delen met een telefoontje, een kaartje.. er zijn voor elkaar.  Het virus gaat voorbij, maar de liefde blijft..

Henny Tuut

Citaat uit: ‘Het verstoorde leven’ van Etty Hillesum. Uitgeverij Balans.