Woord van de pastor

‘Terwijl de deuren op slot zaten, kwam Jezus in hun midden staan’ (Joh. 20:26)

Steeds minder mensen zeggen in God te geloven. In een rapport van vorige maand wordt gesteld, dat voor het eerst meer dan de helft van de Nederlanders ongelovig is. Mensen zeggen, dat het leven geen diepere zin heeft, maar – zo gaat het verder – we hebben wel zin in het leven!

Een veel gehoorde reden is, dat God niet kan bestaan, omdat er zoveel leed is op de wereld. Een gemakkelijk antwoord is hierop niet te geven!! Zeker als we opgevoed zijn met een beeld van God, die Almachtig is, wordt het geloof in God bijna dagelijks beproefd. Want waarom maakt God geen einde aan de gruwelijkheden in Oekraïne! En waarom gaan jonge mensen dood aan kanker!

Nog lastiger wordt het, als we ook in de Bijbel lezen, dat God, als Almachtige zelf oproept tot het innemen van steden door de hele stad uit te moorden (Jozua 8). Nu Poetin zijn oorlog een Heilige Strijd noemt – het zou de goddelijke roeping van Rusland zijn om de Christelijke beschaving te redden –  weten we opnieuw, hoe gevaarlijk het is om God te verbinden met strijd.

In deze God, in zo’n beeld van een almachtige god – met zo’n God ben ook ik groot geworden – geloof ik al lang niet meer! Als wel of niet geloven in God is, dat je wel of niet in een Almachtige God gelooft, dan behoor ook ik tot die helft, die niet meer gelooft in God.

Wat is geloven in God dan wel? De ervaring van velen is, dat God ‘afwezig’ is, ver weg. Achter gesloten deuren zitten de discipelen bij elkaar na de dood van Jezus; met Zijn dood is alles voorbij. Sommigen denken al om terug te gaan naar Galilea en hun vissersbestaan weer op te nemen, een ervaring rijker, een illusie armer… Tomas vraagt naar bewijzen: als je bestaat, dan wil ik, dat je…

Toch is er iets geks aan de hand: Jezus is dood, God bestaat niet (meer), alles ‘pleit’ voor zijn afwezigheid, maar nog nooit is Hij zo aanwezig in die verlatenheid! Het verlangen naar God groeit, als Hij afwezig is of lijkt. Als Jezus aan het kruis het uitschreeuwt: ‘Mijn God, waarom heb je me verlaten!’, getuigt dat ook van nabijheid van de Eeuwige. Het diepe verlangen naar God getuigt van zijn ‘bestaan’, van de aanwezigheid van wie zo ver weg lijkt. Het is als met iemand die je mist: hoe ‘levend’ aanwezig kan iemand zijn van wie je gehouden hebt; in je hart draag je de geliefden met je mee, die er niet meer zijn.

In dat verlangen naar God, naar Eeuwige Liefde, naar louter goedheid verschijnt Jezus in hun midden en zegt: ‘Vrede zij met jullie!’. Alles lijkt op slot, alles lijkt verloren, alles lijkt duisternis, God lijkt dood… en in die verlatenheid komt er dan ruimte voor God, een glimp van Zijn liefde, geloof in de tijd, waarin ‘zwaarden zullen worden omgesmeed tot ploegijzers’ (Jesaja 2:4). Met dit geloof, met deze hoop, delen we Liefde, brengen we Vrede.

‘Het helder water stromend uit Jouw bronnen

wast onze voeten, zuivert onze wonden.

Als boden van Jouw vrede, hier begonnen,

zo worden wij de wereld in gezonden’ (lied 998)

Ds. Jan Struijk