Het eerste optreden van Jezus bij Mattheüs (4:12-22) is aan het meer van Galilea. Jesaja 8 en 9 wordt aangehaald; in het land van Naftali en Zebulon, aan de overkant van de Jordaan, onder de heidenen: een volk dat in duisternis leeft, ziet een schitterend licht; daar begint Jezus zijn verkondiging: Kom tot inkeer, want het Koninkrijk van de hemel is nabij!
Letterlijk neemt Hij het stokje van Johannes de Doper over, die gevangengenomen is. Ook Johannes en Jezus staan in een langer rij van verkondigers; we lazen in Jesaja 49 over de knecht des Heren; God zal hem tot een licht maken voor alle volken, redding wordt gebracht. Opvallend bij Jezus’ optreden is, dat zijn eerste werken is, dat hij vissers roept om vissers van mensen te worden. Het gaat dus uiteindelijk erom, dat de boodschap van inkeer en van licht in donker verkondigd wordt van geslacht op geslacht… Wat betekent het voor ons, als we zingen in lied 533: Het verhaal van Jezus zal niet meer verdwijnen en midden onder ons zal Hij verschijnen?
De orde van dienst leest u hier.
